Box 3-hervorming 2028: wat verandert er precies?
Vanaf (naar verwachting) 2028 betaal je in box 3 belasting over je werkelijke rendement in plaats van een fictief rendement. Dit is de grootste wijziging in de vermogensbelasting in decennia — maar de wet is nog niet definitief.
De actuele stand van zaken
Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 (dossiernummer 36.748) is op 12 februari 2026 aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamer heeft de stemming echter uitgesteld: op 30 juni 2026 besloot de senaat te wachten op een 'novelle' — een aanvullend wijzigingsvoorstel van het kabinet, dat op Prinsjesdag 2026 wordt verwacht.
De beoogde ingangsdatum blijft 1 januari 2028, maar die datum staat onder druk. Behandeling in de Eerste Kamer wordt niet vóór januari 2027 verwacht. Kortom: de richting is duidelijk, de details en de exacte startdatum nog niet.
Van fictief naar werkelijk rendement
Nu betaal je in box 3 belasting over een verondersteld (forfaitair) rendement: in 2026 is dat 6,00% over beleggingen en overige bezittingen en 1,28% over spaargeld, belast tegen 36%. Of je dat rendement écht haalt, doet er niet toe — al kun je via de tegenbewijsregeling wel aantonen dat je werkelijke rendement lager was.
In het nieuwe stelsel wordt je werkelijke rendement belast. De hoofdregel is een vermogensaanwasbelasting: je betaalt jaarlijks 36% over direct rendement (rente, dividend, huur) én over de waardestijging van je beleggingen — ook als je niet hebt verkocht. Een ongerealiseerde koerswinst op je ETF-portefeuille wordt dus jaarlijks belast.
Voor vastgoed en aandelen in startups/scale-ups geldt een uitzondering: daar komt een vermogenswinstbelasting, waarbij je pas afrekent bij verkoop.
De belangrijkste cijfers uit het voorstel
Tarief: 36% over het werkelijke rendement.
Heffingsvrij resultaat: €1.800 per persoon per jaar. Let op: dit vervangt het heffingsvrij vermogen (2026: €59.357). Er is straks dus geen vrijgesteld vermogen meer, alleen een vrijgesteld rendement — een belangrijk verschil voor kleine vermogens.
Verliezen: alleen voorwaarts verrekenbaar, met een drempel van €500. In de novelle wordt mogelijk één jaar achterwaartse verliesverrekening toegevoegd.
Vastgoed in eigen gebruik (zoals een vakantiewoning): een bijtelling van 3,35% van de WOZ-waarde per jaar.
Waarom veel beleggers naar de BV kijken
Het grootste kritiekpunt op het nieuwe stelsel is de belasting op 'papieren winst': je betaalt jaarlijks over ongerealiseerde koerswinsten, wat tot liquiditeitsproblemen kan leiden. In een BV wordt koerswinst op basis van goed koopmansgebruik doorgaans pas bij realisatie belast.
Fiscalisten waarschuwen daarom voor een 'vlucht naar de BV'. Maar let op: het kabinet heeft anti-arbitragemaatregelen aangekondigd, en of de BV-route per saldo loont hangt sterk af van je vermogen, rendement en kosten. Gebruik onze rekentool voor een eerste indicatie en laat je situatie doorrekenen door een adviseur.
Bronnen
- Eerste Kamer — dossier 36.748
- Rijksoverheid — plannen werkelijk rendement box 3
- NOS — Eerste Kamer stelt stemming uit
- SRA — overzichtsartikel box 3 vanaf 2027/2028
Dit artikel is algemene informatie, geen persoonlijk fiscaal advies. Wetgeving rond box 3 is in ontwikkeling; cijfers kunnen wijzigen.