Beleggen in een BV: zo werkt het
Wie belegt via een besloten vennootschap valt niet onder box 3, maar onder de vennootschapsbelasting en (bij uitkering) box 2. Hoe werkt dat, en wat zijn de voor- en nadelen?
Het fiscale mechanisme
Vermogen dat in een BV zit, valt buiten box 3. In plaats daarvan betaalt de BV vennootschapsbelasting (VPB) over het rendement: in 2026 is dat 19% over winst tot €200.000 en 25,8% over het meerdere.
Wil je het geld daarna privé gebruiken, dan keer je dividend uit. Daarover betaal je box 2-belasting: 24,5% over de eerste €68.843 (fiscale partners samen het dubbele) en 31% daarboven.
De gecombineerde druk komt daarmee uit op circa 38,8% tot 48,8% over uitgekeerde winst. Dat lijkt hoger dan de 36% van box 3 — maar er zijn twee cruciale verschillen.
Verschil 1: je betaalt over echte winst, pas bij realisatie
In box 3 betaal je nu over een fictief rendement van 6%, ook in een jaar waarin je verlies maakt. In het stelsel vanaf 2028 betaal je jaarlijks over de waardestijging van je beleggingen, óók als je niets verkoopt.
In een BV betaal je alleen over gerealiseerde winst. Beleggingen mag je fiscaal waarderen op kostprijs of lagere marktwaarde: koerswinsten worden pas belast wanneer je verkoopt, terwijl verliezen juist direct aftrekbaar kunnen zijn. Je kunt winstneming dus jarenlang uitstellen en het geld ondertussen laten renderen — een rente-op-rente-voordeel op de uitgestelde belasting.
Verschil 2: verliesverrekening
Maakt je BV verlies op de beleggingen, dan is dat verrekenbaar met winsten uit andere jaren: 1 jaar terug, en voorwaarts zonder tijdslimiet — al geldt sinds 2022 dat winst boven €1 miljoen maar voor 50% met oude verliezen verrekend mag worden. In box 3 zijn verliezen nu helemaal niet verrekenbaar; in het voorgestelde stelsel alleen beperkt voorwaarts.
De nadelen en kosten
Een BV is niet gratis. Reken op eenmalige oprichtingskosten van €300 tot €1.000 en jaarlijkse kosten van €500 tot €1.500 voor administratie, jaarrekening, VPB-aangifte en deponering bij de KvK.
Daarnaast: dubbele heffing bij uitkeren (VPB én box 2), administratieve verplichtingen, de Wet excessief lenen (meer dan €500.000 lenen van je eigen BV wordt belast als box 2-inkomen), en het risico dat toekomstige wetgeving de BV-route minder aantrekkelijk maakt. Het kabinet heeft anti-arbitragemaatregelen aangekondigd.
Voor wie is het interessant?
Vuistregels uit de adviespraktijk: een beleggings- of spaargeld-BV wordt pas interessant vanaf circa €200.000 tot €500.000 vermogen boven de box 3-vrijstelling, afhankelijk van je rendement en de jaarlijkse kosten. Hoe hoger het verwachte rendement en hoe langer de horizon, hoe eerder de BV-route loont — vooral door het uitstellen van belasting over ongerealiseerde winst.
Voor kleinere vermogens eten de vaste kosten het voordeel snel op. En wie zijn rendement jaarlijks volledig wil opnemen, verliest het uitstelvoordeel grotendeels. Laat je altijd doorrekenen door een fiscalist voordat je een BV opricht.
Bronnen
- KVK — belastingtarieven 2026
- Belastingdienst — vennootschapsbelasting
- Accountancy Vanmorgen — levert vlucht naar BV wat op?
Dit artikel is algemene informatie, geen persoonlijk fiscaal advies. Wetgeving rond box 3 is in ontwikkeling; cijfers kunnen wijzigen.